Zelfoverschatting en kennisgebrek hinderen goed toezicht

Opinie | Hans Strikwerda, managementadviseur en hoogleraar, en Jaap ten Wolde, adviseur corporate governance en integriteit bij EBBEN Partners

Hoe kan het dat het met enige regelmaat misgaat in het toezicht terwijl betrokkenen beschikken over een mooie CV, niet zelden over een lange bestuurlijke ervaring en er van opzet zelden sprake is? We hebben er onderzoek naar gedaan en de antwoorden op deze vraag zijn fundamenteel. Om meteen de belangrijkste oorzaken te noemen: er is vaak een groot gebrek aan rolbewustzijn, gebrek aan kennis gekoppeld aan overschatting van eigen kunnen, gebrek aan zelfreflectie en onderschatting van de rol en betekenis van het begrip integriteit.

Illustratie: Hein de Kort

De tekortkomingen bij het toezicht kunnen grofweg in twee categorieën worden verdeeld: gebrek aan kennis en gebrek aan vaardigheid om om te gaan met de psychologie in de boardroom. Uitoefening van het vak van toezichthouder vereist een scala van kennis, die geregeld wordt uitgebreid en geactualiseerd. De toezichthouder dient op de hoogte te zijn van nieuwe bestuursinstrumenten, nieuwe organisatievormen en van technologische ontwikkelingen.

Handige voorzitter

Er rust een taboe op om te zeggen dat er in board meetings vaak sprake is van intimidatie

Psychologische vaardigheden moeten voorkomen dat men te veel is gericht op acceptatie door de anderen, met als gevolg dat geen kritische vragen worden gesteld, of onplezierige beslissingen niet worden genomen. Mannen durven vaak niet uit te spreken dat ze een voorstel niet begrijpen, in tegenstelling tot vrouwen. Een beetje handige voorzitter of bestuurder weet in zo’n situatie hoe hij een voorstel waarop valt af te dingen, toch aangenomen krijgt. Er rust een taboe op om te zeggen dat er in board meetings vaak sprake is van intimidatie.

Wij menen dat het wenselijk is dat – naar analogie van de opstelling van deNederlandse governance code – een gezelschap van deskundigen om de drie, vijf jaar een curriculum vaststelt van de benodigde (minimum) kennis envaardigheden voor toezichthouders. En dat dit curriculum aan de basis komtte staan van programma’s bij de opleidingsinstituten voor toezichthouders in Nederland. De periodieke aanpassingen in het curriculum vormen input vooreen programma van permanente educatie. Als een dergelijke opzet slaagt kunnen sectoren als woningcorporaties, zorg en onderwijs hun specifiekeelementen aan het curriculum toevoegen. Externe toezichthouders kunnen vervolgens bij hun toezicht toetsen of de interne toezichthouders deadequate opleiding en training hebben gevolgd of volgen.

Dit idee kreeg tijdens de presentatie van ons boek Verplichte literatuur voor commissarissen en bestuurders een ijskoud onthaal van een tiental opleidingsinstituten. We raden naar de redenen van deze kou: ‘niet nodig,want een diploma van ons instituut zegt al genoeg’, of ‘wij hebben al een certificaat, en dat voldoet aan Europese criteria’, en ‘wij zoeken het in onze sector zelf wel uit met onze externe toezichthouder.’ Maar ook deze: ‘onze sector is zo bijzonder, wij willen een eigen programma’, en ‘het lukt, niet want deskundigen zijn eigenwijs en worden het nooit eens.’

Cultuur

Stop de onzinnigheid om compliance en integriteit op één hoop te gooien

Vanwaar dit pleidooi voor eenalgemeen curriculum? Omdatprogramma’s van instituten sterk verschillen Omdat commissarissenzelden uitsluitend binnen eensector werken. Omdat beginnende commissarissen te overtuigen die somsdenken dat hun bestuurlijke en levenservaring wel voldoende zijn en het vertikken om in de schoolbanken te gaan zitten..

Wij pleiten er aldus voor om in Nederland gelijkluidende definities te hanteren voor gelijksoortige begrippen. Dan stopt mogelijk de onzinnigheid om compliance en integriteit op één hoop te gooien, en krijgt het containerbegrip ‘cultuur’ voor een ieder een gelijke inhoud. Dit zal het ‘cultuur bla bla’ beperken. Informeel overleg met enkele externe toezichthouders bevestigt ons dat zij een dergelijke ontwikkeling zouden toejuichen en ‘belonen’ in hun toezicht.

VNO/NCW, MKB Nederland en ONL kom in actie. Ministerie van Economische Zaken sponsor zo’n initiatief, want via de periodieke aanpassing van het curriculum kan de focus van de aansturing van de Nederlandse economie centraal worden beïnvloed.

Hans Strikwerda, managementadviseur, hoogleraar en commissaris, en Jaap ten Wolde, adviseur corporate governance en integriteit bij EBBEN Partners.

Klik hier voor het volledige artikel van het fd.